Home

Created nov. '01

English version

    In het begin van de 19de eeuw ontstond de behoefte aan een uniforme methode om de verschillende windsterkten in te delen.
Sir Francis Beaufort, commandant van het fregat Woolwich van 44 stukken, werkte in 1805 een schaalverdeling uit, waarbij hij uitging van de invloed van de windkracht op het schip. Hij maakte een indeling in 13 windsterkten, gebaseerd op de zeilvoering van een fregatschip. Zijn schaal was gebaseerd op windkracht, niet op windsnelheid, hij keek naar het gedrag van zijn schip, niet naar de wind zelf.
In 1838 werd de schaal van Beaufort als omschrijving van de windsterkte in het scheepsjournaal, verplicht gesteld op alle schepen van de Royal Navy.

De oorspronkelijke Beaufort schaal bleef 100 jaar in gebruik. In 1905 werd de schaal door Sir George Simpson aangepast aan de moderne tijd van stoomschepen.
In 1921 werd Sir Simpson door het Internationaal Meteorologisch Comité gevraagd een nieuwe standaard Beaufortschaal uit te werken, die voor alle volken aanvaardbaar was.
Simpson nam aanwijzingen op die beter te begrijpen waren voor mensen aan de wal, zoals opstijgende rook, ritselende bladeren en zwiepende bomen. Tevens voegde hij er snelheden aan toe, waarna de windkracht ook gemeten kon worden (anemometer).

In 1927 werd de Beaufortschaal door kapitein Petersen weer enigszins omgewerkt naar de behoefte van de zeeman. Bij het gebrek aan bomen op zee, maakte Petersen een schattingsmethode die gebaseerd was op de uitwerking van de wind op de golven op open zee.

Hieronder volgt de schaal zoals opgesteld door Beaufort in 1805, opdat die niet in de vergetelheid geraakt. De omschrijving van Petersen is ook toegevoegd. Er wordt uitgegaan van een fregat met ongedeelde mars- en bramzeilen, op een koers vol en bij.


Het fregat Twee Anthony's
op de rede van Batavia, 1844, (aquarel van J. Spin)
Op een schip als dit is de Schaal van Beaufort gebaseerd. De marszeilen hebben vier rifbanden,
fok en grootzeil elk één.


De schaal van Beaufort

Bf.
Heden
Sir Beaufort
Gedrag schip
Zee aanzicht
Knopen
0
Stil Geen vertier Geen vertier, slingerend op deining Spiegelgladde zee
1 <
1
Flauw en stil Juist voldoende om stuur te houden Stuur in het schip Golfjes, welke de zee een geschubd uiterlijk geven.
1 ~ 3
2
Flauwe koelte Alles bij incl. lijzeilen Stuur in het schip,vaart 1 tot 2 knoop Kleine, nog korte golven, maar beter gevormd. De toppen hebben een glasachtig aanzicht en breken niet.
3 ~ 7
3
Lichte koelte Alles bij incl. lijzeilen Goed manoeuvreerbaar schip, vaart 3 tot 4 knoop Kleine golven; de toppen beginnen te breken. Het gevormde schuim heeft een glasachtig aanzien, hier en daar witte schuimkoppen.
7 ~ 11
4
Matige koelte Alles bij incl. lijzeilen Goed manoeuvreerbaar schip, vaart 5 tot 6 knoop KLeine, langer wordende golven. De witte
11 ~ 17
5
Frisse bries Bovenbramzeilkoelte Gunstigste gelegenheid bij ruime windse koers Matige golven van aanmerkelijk groter lengte. Overal zijn witte schuimkoppen te zien. Hier en daar opwaaiend schuim.
17 ~ 22
6
Stijve bries Bramzeilkoelte, enkel rif in marszeil Lichte zeilen moeten geborgen Grotere golven beginnen zich te vormen. De brekende koppen doen overal grote witte schuimplekken ontstaan. Opwaaiend schuim komt veelvuldig voor.
22 ~ 28
7
Harde bries Dubbelgereefde marszeilkoelte Lichte zeilen moeten geborgen, ook bij ruime wind De golven worden hoger en het witte schuim van de brekende koppen begint zich als strepen in de richting van de wind te ontwikkelen.
28 ~ 34
8
Stormachtig Driedubbelgereefde marszeilkoelte Er moet meer zeil geborgen, ook bij achterlijker wind Matig hoge golven met aanmerkelijke kamlengte. De toppen der golven waaien af. Goed ontwikkelde schuimstrepen in de richting van de wind.
34 ~ 41
9
Storm Dichtgereefde marszeilen en onderzeilen Er moet meer zeil geborgen, ook bij achterlijker wind Hoge golven; zware strepen schuim in de windrichting. Rollers beginnen zich te vormen. Het zicht kan door verwaaiend schuim worden beinvloed.
41 ~ 48
10
Zware storm Dichtgereefd grootmarszeil en gereefde fok Lenzend met dichtgereefde razeilen of bijliggen onder stormzeilen Zeer hoge golven met lange overstortende golfkammen. Zware rollers beginnen te lopen. Grote oppervlakken schuim worden door de wind in zulke zware witte strepen verspreid, dat de zee een wit aanzien krijgt. Door verwaaid schuim is het zicht verminderd.
48 ~ 56
11
Zeer zware storm Alleen stormstagzeilen Lenzend met dichtgereefde razeilen of bijliggen onder stormzeilen Buitengewoon hoge golven. De zee is geheel bedekt met lange, in de windrichting lopende schuimstrepen. De randen der golfkammen verwaaien overal. Zicht is sterk verminderd.
56 ~ 64
12
Orkaan Zeilen waaien uit de lijken Geen zeil meer te voeren Lucht is met schuim en verwaaid zeewater gevuld. De zee is volkomen wit door schuim. Zicht op enige afstand bestaat niet meer.
> 64


   De genoemde zeilvoering geldt voor een fregat met de zeilen vol en bij, dat wil zeggen op een koers waarbij de zeilen niet killen. Een schip op een ruime koers kan meer zeil voeren dan een schip op een aan de windse koers. Dit heeft te maken met het verschil tussen de werkelijke - en de schijnbare wind. Als een schip gestopt in het water ligt, voelt men aan dek de werkelijke wind. Als het 5 Bf waait, voelt men een wind van bijv. 20 knopen.



Indien het schip scherp aan de wind zeilt, ondervindt men aan dek een schijnbare wind die de resultante is van de vaart van het schip en de werkelijke wind. Deze resultante is groter dan de werkelijke wind.
Stel dat het schip 7 knoop vaart over de grond maakt, dan zo men een tegenwind van 7 knoop aan dek ervaren als er geen andere wind was. Nu komt de werkelijke wind met 20 knoop in over de stuurboord boeg. De schijnbare wind die men aan dek ervaart, bedraagt 25 knoop en komt voorlijker in dan de werkelijke wind. Men ervaart dus windkracht 6, terwijl het slechts 5 Bf waait. Men zal de bovenbramzeilen moeten bergen en misschien een rif steken in de marszeilen.







Indien het schip een ruime koers voorligt, dus deels met de wind meevaart, zal de resultante van de vaart en de werkelijke wind een kleinere schijnbare wind opleveren.
De werkelijke wind bedraagt nog steeds 20 knoop, de vaart is nog steeds 7 knoop. De schijnbare wind heeft nu slechts een snelheid van 14 knoop. Dit is een 4 Bf en dus kan er meer zeil gemaakt worden, het rif kan uitgeschudt, de bovenbram- en lijzeilen kunnen gezet. Als de vaart van het schip nu toeneemt, zal de schijnbare wind verder in kracht afnemen.







Voor het omrekenen van de windsnelheid zie de Conversion calculator.








E-mail